Meer omzet en meer winst door beter personeelsmanagement en doelenmanagement

12-09-2018

Voor het eerst is de kwaliteit van het management in het Nederlandse bedrijfsleven grootschalig en internationaal vergelijkbaar onderzocht door Rabobank en Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met het projectteam van de World Management Survey. Hoe staat het Nederlandse management ervoor en wat voor invloed heeft dit op de bedrijfsprestaties?

De kwaliteit van het Nederlandse bedrijfsmanagement staat op de zesde plaats. Achter de VS, Zweden en Duitsland. Optrekken van de managementkwaliteit naar het niveau in Zweden of Duitsland gaat samen met een vier procent hogere omzet en een zeven procent hogere winst per werknemer. Kortom, meer aandacht voor het management in Nederland levert productiviteitsgroei op.

Belangrijk is dat het gaat om managementpraktijken: niet de individuele manager staat centraal, maar de managementwerkwijze binnen bedrijven, los van specifieke individuele managers. Managementpraktijken zijn in dit onderzoek gedefinieerd langs vier dimensies en vertaald in totaal achttien managementpraktijken.

Allereerst gaat het om de wijze waarop bedrijven hun werkzaamheden of operaties inrichten. Denk aan de lean-werkwijze en verspilling. De tweede dimensie richt zich op de gestelde doelen van bedrijven. De derde dimensie richt zich op monitoring. Het gaat over de mate waarin bedrijven op systematische wijze prestatiedata verzamelen en analyseren om daarmee actief verbeterslagen in gang te zetten. En tot slot is de vierde dimensie die aandacht besteedt aan personeelsmanagement.

Wat opvalt is dat Nederlandse bedrijven vooral goed scoren op het gebied van operaties, oftewel lean-managementpraktijken. Sterker nog, op deze specifieke dimensie voeren Nederlandse industrieën de internationale ranglijst aan. Minder goed scoren Nederlandse industrieën op de dimensies monitoring (7e), doelen (9e) en personeelsmanagement (8e). Met name op de twee laatste dimensies is het verschil tussen Nederland en de respectievelijke koplopers Zweden, Japan en de Verenigde Staten aanzienlijk.

Vooral bij de onderdelen doelen en personeelsmanagement kunnen de Nederlandse bedrijven nog een slag maken. Bij doelen gaat het erom dat er een balans bestaat tussen financiële en niet-financiële doelen en dat de belangen van de verschillende partijen tot uitdrukking komen in die doelen. Daarnaast moeten de doelen ambitieus zijn maar tegelijkertijd wel haalbaar en moeten ze gedragen worden binnen alle geledingen van het bedrijf. Bij personeelsmanagement gaat het om het aantrekken, vasthouden en ontwikkelen van talent in de organisatie.

De opdracht is helder: Nederland doet het qua managementpraktijken goed, maar als we tot de top drie in de wereld willen behoren, met de bijbehorende omzet en winstgroei, zullen we moeten gaan experimenteren met het verbeteren van managementpraktijken. Met name op het gebied van talentmanagement en doelenmanagement.

De 18 managementpraktijken in World Management Survey

Nieuwsbrief